Actueel :
20 juni
Ronny Vannerom
Een passie voor guppen.
Ronny Vannerom geeft voor de leden van aquariumvereniging De Kempvis
een voordracht rond de passie voor een guppy. Het is een verhaal van
starter tot wedstrijdkweker.
Guppies werden voor het eerst ontdekt in 1859 door de Duitse
wetenschapper Wilhelm Peters. Wilhelm Carl Hartwig Peters verzamelde
meerdere soorten vis in Venezuela. Onder deze vissen bevonden zich
guppies. Door de onregelmatige markeringen op zowel het lichaam als de
staartvin te observeren, noemde Peters deze vissen "Poecilia
reticulata".
Een paar jaar later, in 1861, ontdekte een spanjaard met de naam
Filippi een vis met dezelfde vorm op Barbados. Filippi vergeleek deze
vissen met de vissen gevonden door Peters en merkte enkele verschillen
op. Waardoor hij dacht dat deze soort een andere soort zou zijn dan de
Poecilia reticulata. Alleen de lichaamsvorm leek op elkaar. Omdat hij
dacht dat het een andere soort was, noemde hij deze vissen "Lebistes
poecilia".
Het was in 1866 dat de Engelse botanicus Dr. Robert John Lechmere Guppy
een aantal vissen mee naar huis nam van de Trinidad-eilanden. Robert
Guppy is geboren in Engeland, maar bracht zijn leven door op Trinidad
en Tobago. Hij schonk deze vissen aan Dr. Albert Günther, werkzaam bij
het British Museum (Natural History Museum). Dr.Günther ging ervan uit
dat Dr. Guppy deze vissen zelf had ontdekt op de eilanden van Trinidad
en noemde deze vissen "Girardinus guppyi" (ook gespeld als Girardinus
guppii). Vernoemd naar Dr. Guppy zelf. Maar het bleek dat Dr. Guppy
deze vissen niet zelf had ontdekt, maar ze alleen naar Engeland had
gebracht. Ondanks het feit dat Dr. Guppy deze vissen niet zelf heeft
ontdekt, staat deze vis tot op de dag van vandaag bekend als 'Guppy'.
Het was in 1909 dat het hoofd van de visverzameling voor het British
Museum, dhr. JAM. Vipan begon met het kruisen van guppies uit
Venezuela, Trinidad en Barbados. Uit de paden bleek dat alle guppy's
van alle drie de oorsprongen van dezelfde soort waren. En de naam werd
in 1913 door Regan veranderd in "Lebistes reticulatus". En later in
1963 werd het door Rosen en Bailey opnieuw veranderd in "Poecilia
reticulata".
De gup is een
eierlevendbarende
tandkarper.
De mannetjes worden gemiddeld 4 en de vrouwtjes 6 cm lang. De meeste
guppen leven 2 ą 3 jaar maar in gevangenschap vaak slechts een half tot
twee jaar. Er zijn weinig guppen die ouder dan 5 jaar worden. Mannetjes
worden aanzienlijk minder oud.
Het vrouwtje van de gup kan zaad van de mannetjes maandenlang opslaan
en er meerdere keren van bevallen
(voorrad
bevruchting), waardoor het voorkomt dat een mannetje dat al
dood is maanden later nog nakomelingen krijgt.
De gup vertoont veel variatie in kleur en vinvorm. Lokale populaties
van de gup hebben vaak een eigen uiterlijk.
Van de gup zijn veel variėteiten gekweekt met allerlei kleuren en
staartvormen. Zo zijn er het 'enkelzwaard' (een staart met één lange
uitloper), het 'dubbelzwaard' (de staart bestaat uit twee delen) en de
sluierstaart. Deze staartvormen kunnen echter natuurlijk voorkomen; ook
in het wild komen verschillende zwaardtypes voor. De verschillende
kleuren zijn eveneens een natuurlijk fenomeen en spelen een rol bij de
voortplanting: vrouwtjes zijn meer geneigd zich te laten bevruchten
door een mannetje met een ongewoon kleurenpatroon.
Invasieve soort
De gup komt bijna overal voor als invasieve soort dankzij verspreiding
door de mens. Op deze manier werd het de eerste zoetwatervis in
Kaapverdiė.
De gup is op veel plaatsen uitgezet om met name
muggen te
bestrijden,
vanwege de voorkeur voor muggenlarven als voedsel. In Nederland is de
gup in de jaren zestig en zeventig losgelaten in het koelwater van de
energiecentrale bij de hoogovens van Corus (nu Tata Steel). Omdat dit
water 's winters warm genoeg blijft, is toentertijd een populatie
ontstaan die afwijkt van de normale gup. De mannelijke exemplaren waren
zo goed als kleurloos en de vrouwelijke exemplaren bij Velsen-Noord
werden tot wel 12 cm lang. Sinds enige jaren worden er daar geen guppen
meer gevonden, maar de populatie heeft tientallen jaren standgehouden.
Normaal geldt voor de gup een ondertemperatuur van 18 °C .
Foto Jan bukkems
Guppy’s, ook wel bekend als miljoenenvisjes, zijn geliefde
aquariumbewoners die wereldwijd de aandacht trekken van hobbyisten en
aquarianen. De wereld van guppy kweek is er een van kleurrijke
variėteiten en unieke lichamelijke kenmerken die een ware fascinatie
vormen voor liefhebbers. Ronny neemt een duik nemen in de boeiende
wereld van guppy kweek, waarbij we de redenen achter deze activiteit
verkennen en wat mensen drijft om guppies met unieke kenmerken te
verkrijgen.
Waarom kweken mensen guppies?
Het kweken van guppies is niet alleen een hobby, maar ook een passie
voor velen. Deze kleine vissen, oorspronkelijk afkomstig uit tropische
wateren, hebben de harten van aquarianen over de hele wereld veroverd.
De redenen achter het kweken van guppies zijn divers, variėrend van
esthetische waardering tot wetenschappelijk belang.
Veel liefhebbers waarderen de kleurrijke verschijning van guppies. Van
helderblauwe tinten tot vurig rood, de variatie in kleuren maakt het
kweken van guppies een kunst op zich. Daarnaast staan guppies bekend om
hun levendige persoonlijkheden en actieve gedrag, wat
aquariumliefhebbers een boeiende kijk geeft op het gedrag van deze
kleine vissen.